Door Kyrgyzstan en Kazachstan.

Nadat we met een enorme berg documenten de Chinese bureaucratie te lijf zijn gegaan, mogen we eindelijk het land weer uit. Eerst moet de camper nog worden gewogen, gescand en geinspecteerd, voordat we naar de 12 kilometer verder gelegen grens mogen rijden. Daar houdt men echter een lunchpauze van 3,5 uur. Om 4 uur ’s middags kunnen we eindelijk de werkelijke grens over. Dan is het een verademing dat je voor Kyrgyzstan geen visum nodig hebt, dat je welkom wordt geheten door de immigratie officier en dat ze je helpen met het maken van een verplicht reisdocument voor de camper. Dat alles in een half uur tijd. Lang leve simpele procedures. We rijden over de Pamir Highway naar onze eerste stopplaats in Kyrgyzstan. Onderweg is het een adembenemend gezicht als je zelf op 4500 meter hoogte langs bergen rijdt die 7500 meter hoog zijn. We raken niet uitgekeken en schieten honderden plaatjes van de fabelachtig mooie bergtoppen met pakken sneeuw. Dan komen we aan in het dorpje Sary Tas. We kunnen bij een klein restaurantje parkeren en ontmoeten daar een Nederlands echtpaar dat al 25 jaar rondzwerft in een Toyota Landcruiser met opbouw. Zij hebben geen huis en leven als het ware stateloos. Wij zijn echter toch ook wel blij om in augustus weer in ons eigen huis te kunnen zijn.

Kyrgyzstan is een schitterend land. De natuur is overweldigend. Het land is arm en de prijzen zijn voor ons als West-Europeanen erg laag. We eten met z’n tweetjes voor 5 euro, inclusief een biertje. Dat scheelt een slok op een borrel. Vanaf Sary Tas gaan we naar de grens met Tadzjikistan. Vanuit een hooggelegen vlakte kunnen we de ruige natuur van dat land bekijken, waaronder de 7600 meter hoge Lenin Peak. We hadden dit land ook op ons lijstje staan, maar het binnenkomen is lastig omdat sommige grenzen voor buitenlanders gesloten zijn. Vreemde zaak, want waar heb je dan grenzen voor. We rijden terug en gaan dwars door een bijna ontoegankelijk gebied voor een gewone camper naar Osh, de tweede stad van Kyrgyzstan. Bij het wisselen van dollars bij een bank in die stad word ik bijna voor 45 dollar opgelicht. De dame had echter in de gaten dat ik haar wisseltruc begreep en gaf mij in rap tempo het ontbrekende deel. We doen inkopen op een grote bazaar en schaffen, na omslachtig afdingen, fruit, groente en droge vruchten aan voor 3 euro. Afdingen hoort bij de deal.  We rijden daarna naar de stad Toktogul, waar we willen blijven slapen. We vragen de weg naar een restaurantje aan een passerende dame. Ze stapt kordaat in de auto en brengt ons naar een Engelssprekende vriendin, die ons prompt uitnodigt om bij haar te komen eten. Over gastvrijheid gesproken. De volgende ochtend worden we wakker geklopt, want het ontbijt staat klaar. Zoiets kun je dan niet afslaan, want dat is een belediging. Na een hartelijk afscheid, reizen we naar het grote Isik Kolmeer, waar we in een paar dagen omheen willen rijden. Het is 150 bij 75 kilometer groot en is 700 meter diep en het water raakt ’s winters nooit bevroren, ook al vriest het in de omgeving soms 30 graden. We kamperen en zwemmen op een paar geschikte locaties en nemen wat rust. In het plaatsje Pristan, dat ook aan het meer ligt, bezoeken we het huis van Przewalski. Deze Russische officier heeft, in 1870 als ontdekkingsreiziger vanuit het Siberische Buryati, een aantal reizen gemaakt door toen nog onbekende gebieden in Mongolië, China en Tibet. Hij ontdekte daar toen het naar hem genoemde wilde paard dat we in levenden lijve vorig jaar hebben kunnen zien in Mongolië. Zo is het cirkeltje weer rond. Ook maken we kennis met een stel maritieme onderzoekers uit Rusland. Zij bestuderen de biologie van het meer. We hebben een gezellige avond met elkaar en de volgende morgen vinden we een fles wodka bij de deur van de camper. De mannen moesten overigens niets hebben van Vladimir P. en het geboefte om hem heen.

De hoofdstad van Kyrgyzstan, Bishkek is de laatste stop voordat we naar Kazachstan verder reizen. De stad is een soort van overblijfsel uit de communistische bouwtijd. Kale, saaie en bouwvallige flats. Toch zijn er ook mooie parken met fraaie beelden. Het centrum heeft grote pompeuze overheidsgebouwen waarvoor vaak erg bombastische beelden zijn neergezet. Blijkbaar moest het grootse van de socialistische heilstaat in graniet worden vereeuwigd. Na een dagje rondneuzen reizen we de grens over met Kazachstan. Het is niet een moeilijke barrière, maar het kantoortje waar ze je een (verplichte) verzekering proberen aan te smeren, vergt veel tijd. De jongelui die het kantoor bemannen zijn irritante knapen die je bezighouden met allerlei nonsens en nog niet eens het merk van de auto kunnen lezen. Als ze na een uur een kopie van het rijbewijs, het paspoort en het kentekenbewijs willen maken en er niet eens een vel kopieerpapier in het kantoortje te vinden is, gris ik mijn papieren uit hun handen en rij weg. We zullen wel zien wat ervan komt. Dat merkten we snel genoeg, want ook dit is een land van veel politiecontroles. Men vraagt een aantal keren naar onze “documente”. We overhandigen dan een enorme witte ordner en laten ze schrikken van de inhoud. Meestal vindt men het dan opeens genoeg en mogen we ongestoord weer verder. Ook proberen sommige agenten ons wijs te maken dat we te hard hebben gereden, terwijl ze uit de   tegenovergestelde richting op ons af kwamen rijden. Men probeert je dan te intimideren en dat werkt bij mij meestal averechts. Ik zet dan pontificaal mijn zonnebril weer op en brul een aantal malen “Njet” en “Welcome in Kazachstan”. Ze kunnen verder gelukkig niets verstaan van wat ik hun nog meer toewens en laten ons daarna dan weer vertrekken. Ook houden we onze paspoorten en rijbewijzen bij een controle stevig vast, zodat we in ieder geval weg kunnen komen met de originele stukken nog in het bezit.

Rijden door Kazachstan, vanaf de grens bij Bishkek naar de nieuwe hoofdstad Astana, is rijden door de enorme steppen die het land zo weids maken. De wegen vanaf het Zuiden zijn beroerd en alles rammelt. Blijkbaar heeft men geen geld voor aanleg en onderhoud van wegen tussen de grote steden. Dat terwijl het land rijk is aan olie en mineralen. We rammelen een paar dagenlang door het midden van het immense land en zien nauwelijks dieren in de steppen.  Hier en daar een paar kamelen, een ezeltje en een paar magere koeien. We worden regelmatig (on)opvallend in de gaten gehouden. Ook als we ergens onze camper hebben geparkeerd voor de nacht komen er prompt (staats)bezoekers langs. Zelfs na een eerdere controle op de late de avond komen er om half twee ’s nachts weer een paar rondrijdende agenten langs en worden we uit bed geklopt. Dan wordt het ons te gortig, we blaffen ze uit, sluiten de deur en gaan weer op bed. Het blijft daarna rustig. Na een paar zware rijdagen komen we aan in Astana. We kunnen bij een hostel in de binnenstad parkeren en gaan de stad verkennen met een hop on-hop off bus. Astana is nog maar 25 jaar de hoofdstad van Kazachstan. Daarvoor was dat de oude en bekende stad Alma-Ata, waar nog een stuk Nederlandse schaatshistorie ligt. Het land wordt vanaf het uiteenvallen van het Sovjetimperium door de dictator Nazarbaev met harde hand geregeerd. Omdat dictatortjes in deze regio graag iets willen nalaten voor het nageslacht besloot deze heer van stand, toen hij weer eens vervuld was van zelfgenoegzaamheid, om Astana als hoofdstad uit te roepen. En er werd prompt een enorm megalomaan, miljarden verslindend, bouwproject gestart. In 25 jaar is er een zeer mondaine stad uit de grond gestampt met hele mooie en ronduit lelijke gebouwen en paleizen. Architecten van over de hele wereld mochten meedoen. Het mocht wat kosten en dat heeft het ook gedaan. Bovendien heeft hij kans gezien om de winterspelen en een wereldexpo hier naartoe te halen. Al die buitensporige uitgaven zijn ten koste gegaan van de aanleg en het onderhoud van de infrastructuur in de rest van het land. Bovendien heeft hij een eigen museum laten bouwen, gevuld met allerlei prullaria en fotomateriaal dat bij zijn almachtige positie behoort. De meeste mensen hebben het hier niet echt breed en deze ego heeft zich omgeven met paleizen die hij vol heeft laten stoppen met zijn fotografische afbeeldingen en marmeren en bronzen beelden. Jammer, maar de fossiele overblijfselen van de Sovjetperiode zullen nog wel een generatie meegaan.

Na de hoofdstad te hebben bekeken rijden we verder noordwaarts, naar de Russische grens. De weg vanaf Astana blijkt tot onze verrassing een goede 4 baansweg betonweg te zijn. Onderweg proberen we nog een stop te maken in Burabay. Helaas voor ons was daar een triatlon en een biatlon georganiseerd. Dus was er nergens plaats voor onze camper om even een rustig middagje aan het meer te hebben. We zijn daarop doorgereden naar de meest noordelijke stad Petropavlovsk en daar kunnen we de auto wel kwijt aan een meertje. De volgende dag willen we vroeg vertrekken naar de grens, om een flinke afstand af te leggen. Dan hebben we namelijk een extra dagje in Moskou te besteden. Helaas blijkt de 70 kilometer lange weg vanaf Petropavl naar de grens bar slecht te zijn. Na 2,5 uur buffelen komen we dan eindelijk bij de grens en dan blijkt dat we een echt probleem hebben. We zijn namelijk een dag te vroeg bij de grens. Het visum staat op 17 en wij zijn er 16 juli. Nooit aan gedacht en dus foutje van onszelf. Dan blijkt dat het onmogelijk is om Rusland 1 dag eerder binnen te gaan, zonder dat daar een hele riedel mensen bij wordt betrokken. Ze doen echter hun best voor ons om het “probleem” op te lossen. Na een paar uur wachten komt het besluit: we mogen Rusland een dagje eerder inrijden. We hebben alle hardwerkende beambten omstandig bedankt voor hun inzet en konden eindelijk beginnen aan de kilometers die we hadden gepland. In ieder geval nu met een goede weg onder de auto, want die moet inmiddels wel erg moe zijn van het gerammel. We nemen er vanavond op onze eerste Russische stopplaats een wodka op.

Groeten uit de Ural in Rusland     

Geen reactie's

Geef een reactie